|
De sequentia, ontstaan uit de trope van
het alleluia-melisme, was in de vroege Middeleeuwen een algemeen
gebruik in de mis. Ze bezong het liturgisch gebeuren of het leven
van de gevierde heilige, tot paus Pius V dit gebruik niet meer
toeliet.
Op onze dagen zijn nog slechts 4 sequentias
in algemeen gebruik: Stabat Mater, Lauda Sion, Victimae paschali
laudes en Veni Sancte Spiritus.
Bij toeval werd bij de Zwarte Zusters te
Brugge een oud manuscript uit de XVde eeuw gevonden van de sequentia
"Dies nobis reparatur" waar in 20 verzen het levensverhaal wordt
bezongen van de H. Donatianus, patroon van kathedraal, bisdom
en stad Brugge. De muziek schijnt van een ouder manuscript uit
de XIIIde eeuw afkomstig te zijn. De sequentia blijkt een imitatie
te zijn van de sequentia van het feest van de Besnijdenis: "In
excelsis canitur" van Adam, abt van St.Victor te Parijs, door
Dom Guéranger "de grootste liturgische dichter uit de Middeleeuwen"
genoemd.
De Scola bracht de eerste heruitvoering
op 24-7-1998 bij een optreden voor VRT 3 en zong die ook op 10-11-1998
naar aanleiding van de St.Donaaskerktentoonstelling te Brugge.
|